Mijn opa schreef deze zin op 28 juli 1963. Niet in een dagboek. Niet direct na de oorlog. Maar op een officieel aanvraagformulier waarmee hij als vervolgingsslachtoffer een uitkering aanvroeg.
Zijn naam was Sidney Gustave Richheimer.
Op het formulier noteerde hij dat hij begin oktober 1943 in Amsterdam van zijn vrijheid werd beroofd. Als reden schreef hij één woord:
Jood
Hij vermeldde Westerbork, Vittel en La Bourboule als de plaatsen waar hij daarna verbleef. En ergens tussen alle voorgedrukte vragen zette hij er zelf nog een opmerking bij:
“Ben weg gehaald door Nederlandse politiewagen en burgerlijke ambtenaren.”
Dat ene zinnetje intrigeert me al lange tijd. Mijn opa schreef niet dat Duitse soldaten hem kwamen halen. Hij schreef: Nederlandse politiewagen. Nederlandse ambtenaren.
Van het Rode Kruis kreeg ik later te horen dat mijn familie op 29 september 1943 in de Hollandsche Schouwburg terechtkwam. Precies op de dag van de laatste grote razzia in Amsterdam.
Mijn opa Sidney.
Mijn oma Lea.
En hun 3 jonge kinderen.
Een van die kinderen was mijn vader.
Maar mijn opa zelf schreef twintig jaar later: begin oktober 1943. Welke datum klopt? Ik weet het nog steeds niet.
En dat is precies waarom historisch onderzoek iets anders is dan informatie verzamelen. Een verklaring van degene die het zelf heeft meegemaakt is een belangrijke bron. Maar ook bij zo’n bron stel ik vragen. Wanneer is hij opgeschreven? Met welk doel? Hoe precies herinnerde iemand twintig jaar later een datum?
Inmiddels heb ik honderden stukken over mijn familie gevonden. Westerborkkaarten, transportlijsten, correspondentie, het Calmeyer-dossier en documenten van verschillende Nederlandse en Duitse instanties. Maar ik heb nog altijd niet het oorspronkelijke stuk gevonden dat mij vertelt wie mijn grootouders en hun kinderen uit hun woning heeft gehaald, op welke dag dat precies gebeurde en waarheen zij toen als eerste zijn gebracht.
Dat klinkt misschien als een detail. Dat is het allerminst.
Ergens moet een opdracht zijn gegeven. Er moeten mensen zijn gestuurd. Een voertuig. Een registratie. Misschien een proces-verbaal, arrestantenlijst, dagrapport of administratieve notitie.
En tussen al die bureaucratie zaten vijf echte mensen. Mijn familie.
Daarom staat 29 september 1943 in mijn onderzoek nog niet als bewezen feit. Het is aannemelijk. Er zijn aanwijzingen voor. Maar aannemelijk is iets anders dan bewezen.
Misschien is dat wel het belangrijkste wat archiefonderzoek mij heeft geleerd. Soms begint het echte onderzoek juist op het moment dat twee geloofwaardige bronnen elkaar nét niet hetzelfde verhaal vertellen.
Dus die ene datum, 29 september 1943?
Die staat voorlopig nog steeds met potlood in mijn reconstructie. Tot ik de bron vind die hem in inkt verandert.
#Historischonderzoek #familiegeschiedenis #tweedewereldoorlog #genealogie #vittel #westerbork
