Wat doe je wanneer een archief zegt dat een dossier niet bestaat, terwijl een concrete aanwijzing het tegendeel suggereert?
Tijdens mijn onderzoek naar de oorlogsgeschiedenis van mijn familie stuitte ik op het werk van historica Petra van den Boomgaard over Hans Georg Calmeyer. Calmeyer beoordeelde tijdens de bezetting verzoeken van mensen die hun registratie als Jood betwistten. De geschiedenis van mijn grootvader gaf mij aanleiding om te onderzoeken of ook mijn familie bij zo’n procedure betrokken was geweest.
Ik nam contact op met het NIOD en werd doorverwezen naar het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis. Het antwoord was duidelijk: er was geen Calmeyer-dossier van mijn familie.
Dat antwoord woog zwaar. Toch was het voor mij nog geen bewijs dat het dossier nooit had bestaan.
Geen zoekresultaat is nog geen historische conclusie
Wanneer een archief een dossier niet vindt, kunnen daar verschillende verklaringen voor zijn. Een dossier kan onder een andere naam zijn beschreven, in een onverwachte collectie zijn terechtgekomen of niet volledig in een index zijn opgenomen. Ook kunnen namen anders zijn gespeld of meerdere personen in één dossier voorkomen.
Daarom is het belangrijk onderscheid te maken tussen twee uitspraken:
Wij hebben het dossier niet gevonden is iets anders dan het dossier heeft niet bestaan.
Na meerdere e-mails bleef het antwoord hetzelfde. Er was geen dossier. Op dat moment had ik geen document waarmee ik het tegendeel kon aantonen. Alleen het gevoel dat het antwoord niet goed aansloot bij de geschiedenis die ik probeerde te reconstrueren, was onvoldoende.
Er was een nieuwe, concrete aanwijzing nodig.
De aanwijzing die het onderzoek veranderde
Mijn zus Nathalie en ik besloten Petra van den Boomgaard rechtstreeks te benaderen. Binnen tien minuten antwoordde zij dat zij het dossier van onze familie zelf in handen had gehad.
Die herinnering was nog steeds geen vervanging voor het dossier. Ook een deskundige kan zich vergissen. Maar het was wél een specifieke en controleerbare aanwijzing: niet alleen dat een dossier mogelijk bestond, maar dat iemand het daadwerkelijk had geraadpleegd.
Met die informatie benaderden we het CBG opnieuw. Na verder zoeken werd het dossier alsnog gevonden.
Een paar weken later zat ik samen met mijn vader en mijn zus bij het CBG. Voor ons lag een omvangrijk dossier met persoonlijke brieven, foto’s, juridische stukken, verzoeken, afwijzingen en bezwaren. Het liet zien dat mijn grootouders niet één verzoek hadden ingediend, maar gedurende langere tijd verschillende stappen hadden gezet om de positie van mijn grootvader opnieuw te laten beoordelen.
Wat het dossier wel en niet bewijst
Uit het dossier blijkt dat een eerste verzoek in 1942 werd afgewezen en dat de zaak later opnieuw is beoordeeld. Op 30 oktober 1943 kreeg mijn grootvader een andere classificatie. Binnen de familie zouden we later zeggen dat hij was ‘geCalmeyerd’.
Het dossier laat ook zien dat verschillende procedures en omstandigheden naast elkaar liepen. Behalve de Calmeyer-procedure speelden het Amerikaanse staatsburgerschap van mijn grootvader, de scheiding en het latere hertrouwen van mijn grootouders en mogelijk een diamant-Sperre een rol.
Daarmee ontstond een ingewikkelder beeld dan één dossier alleen kan verklaren.
Het Calmeyer-dossier bewijst dat de procedure heeft plaatsgevonden en welke argumenten en beslissingen daarin zijn vastgelegd. Het bewijst niet automatisch waarom mijn familie uiteindelijk naar Vittel werd gestuurd of welke omstandigheid doorslaggevend is geweest voor hun overleving.
Daarvoor moeten ook transportgegevens, registratiekaarten, nationaliteitsstukken en andere dossiers worden onderzocht en met elkaar worden vergeleken.
Wat vaststaat en wat nog openblijft
Vastgesteld is dat het dossier bestaat, dat mijn grootouders langdurig tegen de registratie van mijn grootvader hebben geprocedeerd en dat op 30 oktober 1943 een nieuwe classificatie volgde.
Aannemelijk is dat deze procedure invloed heeft gehad op de uitzonderlijke administratieve positie van het gezin.
Nog niet vastgesteld is welk gewicht de Calmeyer-beslissing had naast het Amerikaanse staatsburgerschap, een mogelijke Sperre en andere omstandigheden. Ook is daarmee nog niet bewezen waarom juist Vittel de bestemming werd.
Dat onderscheid is essentieel. Een bijzondere vondst kan veel verklaren, maar mag niet groter worden gemaakt dan de bron toelaat.
Wat dit onderzoek mij leerde
Een negatief antwoord uit een archief is belangrijk, maar niet altijd definitief. Wanneer zo’n antwoord botst met een concrete aanwijzing, moet je niet meteen aannemen dat het archief ongelijk heeft. Je moet precies vastleggen waarop beide uitspraken zijn gebaseerd en zoeken naar een manier om het verschil controleerbaar te maken.
Vasthoudend onderzoek betekent voor mij daarom niet eindeloos blijven zoeken omdat een antwoord niet bevalt. Het betekent verder zoeken wanneer er een onderbouwde reden is om te denken dat het verhaal nog niet compleet is.
Heb jij een archiefantwoord gekregen dat niet lijkt te rijmen met andere documenten of familiegegevens? Vertel me waar de tegenstrijdigheid zit. Ik laat je daarna weten of verder onderzoek zinvol is.
Leg je vraag voor