Wat vertellen doorgestreepte baraknummers en verschillende registraties over het verblijf van één gezin?
Op 9 oktober 1943 arriveerden mijn grootouders met hun drie kinderen in Kamp Westerbork. Mijn vader Jacob was nog geen twee jaar oud. Zijn oudere broer Gustav was een kleuter en hun zusje Mary was pas enkele weken daarvoor geboren.
In de kampadministratie werd het hele gezin als S-geval geregistreerd. De S stond voor Strafgeval. Zij werden verbonden aan barak 67, de strafbarak.
De eerste keer dat ik die registratie zag, begreep ik haar niet. Hoe kon een baby van enkele weken oud een strafgeval zijn? Welke ‘overtreding’ kon aan drie jonge kinderen worden toegeschreven?
De registratie bleek geen persoonlijk oordeel over ieder gezinslid. Zij was een administratieve indeling die op het gezin als geheel werd toegepast. Maar daarmee was nog niet verklaard waarom de familie deze status kreeg.
Een registratiekaart is geen dagboek
Het is verleidelijk om een registratiekaart als een volledige samenvatting van iemands verblijf te lezen. In werkelijkheid is zo’n kaart in verschillende fasen bijgewerkt. Nieuwe gegevens werden toegevoegd, oude vermeldingen doorgestreept en administratieve veranderingen soms met weinig uitleg verwerkt.
Op de kaarten van mijn familie werd de verwijzing naar barak 67 later doorgestreept. Vervolgens verschijnen verschillende andere baraknummers. In latere registraties worden onder meer barak 72 bij mijn grootvader, barak 36 bij mijn grootmoeder, Mary en Jacob, en barak 4 bij Gustav genoemd.
Op het eerste gezicht lijken deze gegevens elkaar tegen te spreken. Dat hoeft niet zo te zijn.
De registraties kunnen op verschillende momenten zijn gemaakt. Een doorgestreept nummer kan duiden op een overplaatsing of een gewijzigde administratieve indeling. Het kan ook betekenen dat een eerdere vermelding niet meer geldig was. Zonder datum of aanvullend document vertelt een doorhaling echter niet wanneer de verandering plaatsvond en waarom.
Daarom gebruik ik een baraknummer nooit los van de rest van de tijdlijn.
De betekenis van de doorgestreepte strafbarak
De doorgestreepte vermelding van barak 67 is een belangrijk spoor. Ook latere informatie van het Rode Kruis wijst erop dat de S-status van het gezin mogelijk is opgeheven. In de kampterminologie zou het gezin dan zijn ‘ont-S’t’.
Dat lijkt aan te sluiten bij een andere ontwikkeling.
Al vóór de aankomst in Westerbork liep een procedure rond de afstamming en registratie van mijn grootvader. Op 5 oktober 1943 werd verzocht Sidney, Lea en de kinderen in Westerbork te sperren: zij mochten in afwachting van de procedure niet verder worden gedeporteerd. Op 8 oktober volgde hierover een kennisgeving aan Westerbork. Op 30 oktober 1943 kwam er een positieve beslissing in de Calmeyer-procedure van mijn grootvader.
De volgorde van deze gebeurtenissen maakt het mogelijk dat de procedure invloed heeft gehad op de behandeling van het gezin in Westerbork. Maar een mogelijke samenhang is nog geen bewezen oorzaak.
Ik heb tot nu toe geen afzonderlijk besluit gevonden waarin staat dat de strafstatus vanwege de Calmeyer-procedure werd opgeheven. Ook ontbreekt een document dat precies vermeldt op welke datum het gezin de strafbarak verliet.
Wat de verschillende nummers wél aantonen
De latere baraknummers laten zien dat de registratie van het gezin veranderde en dat de gezinsleden niet gedurende hun hele verblijf administratief aan barak 67 verbonden bleven.
Dat is relevant. Een doorgestreepte vermelding is geen onbelangrijk detail. Zij toont dat een eerdere situatie of indeling niet ongewijzigd bleef.
Toch mag ik uit de verschillende nummers niet automatisch concluderen dat het gezin op al die momenten fysiek van elkaar werd gescheiden. Daarvoor moet duidelijk zijn wanneer ieder nummer werd genoteerd, waarop de registratie betrekking had en of er aanvullende bewoners- of mutatielijsten bestaan.
Barakregistraties kunnen een route door het kamp zichtbaar maken, maar alleen wanneer zij chronologisch worden gelezen.
Wat vaststaat en wat nog onderzocht wordt
Vastgesteld is dat het gezin op 9 oktober 1943 als S-geval werd geregistreerd en aanvankelijk met strafbarak 67 werd verbonden. De vermelding van barak 67 is later doorgestreept en bij verschillende gezinsleden verschijnen andere baraknummers.
Aannemelijk is dat de administratieve positie van het gezin tijdens het verblijf in Westerbork veranderde. De lopende afstammingsprocedure en de positieve Calmeyer-beslissing kunnen daarbij een rol hebben gespeeld.
Nog niet vastgesteld is wanneer en op welke grond de S-status precies werd opgeheven. Ook is nog niet voor iedere registratie bewezen wanneer de gezinsleden daadwerkelijk in de genoemde barakken verbleven.
Wat deze registraties mij leren
Administratieve documenten lijken vaak zakelijk en exact. Een nummer oogt als een hard feit. Maar zonder datum, context en kennis van de manier waarop een administratie werd bijgehouden, kan zo’n nummer meer zekerheid suggereren dan het werkelijk biedt.
Daarom kijk ik niet alleen naar wat er op een kaart staat. Ik kijk ook naar wat is doorgestreept, wanneer andere documenten zijn opgesteld en welke verandering tussen twee registratiemomenten kan hebben plaatsgevonden.
Juist de correcties en verschillen kunnen laten zien waar een geschiedenis in beweging kwam.
Heb jij registratiekaarten of kampdocumenten met afkortingen, doorhalingen of gegevens die elkaar lijken tegen te spreken? Dan begint het onderzoek met het naast elkaar leggen van alle versies, niet met het kiezen van de vermelding die het meest logisch lijkt.
Leg je vraag voor